Medische info borstkanker en chemo

 

Invasief ductaal carcinoom

In verder gevorderde stadia, groeien borstkankercellen buiten de grenzen van de melkgangen of melkklieren en beginnen het omliggende weefsel binnen te dringen. Vanaf dat ogenblik wordt de kanker "invasief" of "infiltrerend".

Het invasief ductaal carcinoom (ook bekend als infiltrerend ductaal carcinoom) is de meest voorkomende vorm van borstkanker. Meer dan de helft van alle borstkankers behoren tot dit type.
Het invasief ductaal carcinoom voelt aan als een harde knobbel (bijna zoals een steen). Het heeft de neiging uit te zaaien naar de lymfknopen in de oksel en heeft de slechtste prognose van alle types ductale carcinomen.


mama krijgt chemo combikuur genaam TAC

De TAC kuur is één van de zwaarste chemokuren. Het bestaat uit de volgende componenten:

DoceTaxel (ook wel: Taxotere)

Docetaxel is een anti-kankermedicijn verwant met Taxol.  Het wordt gemaakt van de naalden van de Europese taxus. Taxotere werkt bijna hetzelfde als Taxol. In elke cel bevinden zich zogenoemde ‘microtubili’. Dit zijn kleine, buisvormige structuren die de cel zelf aanmaakt. Ze zijn noodzakelijk voor de celdeling. Taxotere verstoort de normale werking van deze microtubili door er zich aan vast te hechten. De cel kan zich niet meer delen en sterft af.

Adriamycine (ook wel: Doxorubicine)

Adriamycine is een van de oudere cytostatica en wordt al tientallen jaren gebruikt. Het behoort tot de groep van de anthracyclines . Het beïnvloedt de DNA-productie van de cel  Opgelost is het een heldere, oranjerood gekleurd vloeistof. Het middel wordt alleen per infuus toegediend.

Cyclofosfamide (ook wel: CTX, cycloblastine, endoxan)

Cyclofosfamide is een afgeleide van mosterdgas. Het middel grijpt in de DNA-replicatie van de cel in. Cyclofosfamide onderdrukt het afweersysteem sterk. Het is een van oudste chemotherapie-medicijnen en wordt al tientallen jaren gebruikt. Cyclofosfamide wordt meestal via een infuus toegediend, maar bestaat ook in pilvorm.

 

Neulasta:

Na iedere chemo moet er binnen 24-48 uur een injectie gegeven die de aanmaak van witte bloedlichaampjes vanuit het ruggemerg stimuleerd. Dit middel heet Neulasta.

Neulasta is een geneesmiddel dat ingezet wordt ter voorkoming van het ontstaan van neutropenie (vermindering van aantal witte bloedcellen) bij patiënten die behandeld worden met chemotherapie. De werkzame stof van Neulasta is pegfilgrastim. Pegfilgrastim is een combinatie van het eiwit filgrastim met poly-ethyleenglycol (PEG). Hierdoor heeft Neulasta een verlengde werking in vergelijking met Neupogen. Pegfilgrastim is een eiwit dat gemaakt wordt met behulp van moderne biotechnologie. Het is een bloedcelgroeifactor van het type G-CSF dat de productie en het vrijkomen van neutrofielen (witte bloedcellen) uit het beenmerg stimuleert.

G-CSF is een eiwit dat het menselijk lichaam aanmaakt om bepaalde witte bloedcellen in het lichaam te vermeerderen. Deze witte bloedcellen, neutrofielen genaamd, spelen een belangrijke rol in de verdediging tegen infecties.

Neulasta stimuleert net als het lichaamseigen eiwit de aanmaak van deze neutrofielen. Daardoor wordt de verdediging van het lichaam tegen infecties ondersteund.

Neulasta wordt gebruikt voor het verminderen van de duur van de neutropenie en de incidentie van febrile neutropenie, (ernstige neutropenie in combinatie met koorts > 38.2oC) van patiënten die behandeld worden met cytotoxische chemotherapie voor maligniteiten (met uitzondering van CML en MDS).

Neulasta heeft een verlengde werkingsduur ten opzichte van Neupogen. Dit komt in de praktijk tot uiting doordat één dosering Neulasta per chemokuur voldoende is, terwijl in geval van Neupogen meerdere dagelijkse doseringen (maximaal 14) per chemokuur nodig zijn.

 


Vormen van chemotherapie
Bij de behandeling van borstkanker worden verschillende soorten chemotherapie (cytostatica) toegepast. Vaak worden hierbij verschillende medicijnen gecombineerd, dit wordt combinatie chemotherapie genoemd.. Het doel hiervan is om een zo effectief mogelijke behandeling te creëren door gebruik te maken van de verschillende elkaar aanvullende werkingen van de toegepaste middelen. De behandeling wordt meestal gegeven in de vorm van een aantal “kuren”. Hierbij wordt een bepaalde behandeling of combinatie gedurende een bepaalde periode een aantal keren herhaald. Bijvoorbeeld elke 3 of 4 weken. Soms worden bepaalde cytostatica echter ook volgens een wekelijks schema toegepast.

Hieronder volgt een overzicht van de meest gebruikte groepen geneesmiddelen.

Groepsindeling cytostatica op basis van de manier van werking:

  • Alkylerende stoffen: deze stoffen gaan verbindingen aan met eiwitten in de (tumor)cel en veroorzaken dwarsverbindingen tussen DNA strengen waardoor het proces van DNA verdubbeling in de cel wordt verstoord en de (tumor)cel zich niet kan vermeerderen. Een voorbeeld van een medicijn uit deze groep is cyclofosfamide. Cyclofosfamide wordt meestal per infuus toegediend, maar is ook beschikbaar in tabletvorm.  
  • Antimetabolieten: dit zijn imitaties van stofwisselingsproducten waarin echter een kleine verandering is aangebracht waardoor ze de aanmaak of de functie van nieuw DNA en RNA in de cel verstoren. Hierdoor kan de (tumor) cel niet meer delen. Voorbeelden van medicijnen uit deze groep zijn methotrexaat, 5-fluorouracil en gemcitabine (Gemzar®). Deze middelen worden per infuus toegediend. In plaats van 5-fluorouracil wordt tegenwoordig ook wel capecitabine (Xeloda®) toegepast. Dit is een zogenaamd “pro-drug”, dat wil zeggen een nog niet actieve vorm van 5-fluorouracil die na inname door het lichaam na verschillende stappen uiteindelijk door de tumor in de actieve vorm van 5-fluorouracil wordt omgezet. In tegenstelling tot 5-FU wat per infuus wordt toegediend is capecitabine een orale therapie. 
  • Antimitotische cytostatica: deze middelen verschillen van andere cytostatica in de manier waarop ze tumorcellen doden. De meeste cytostatica binden zich aan het erfelijk materiaal van de cel (het DNA), waardoor de celdeling en allerlei andere processen zoals de eiwitaanmaak worden verstoord en de cel doodgaat. Antimitotische middelen gaan de cel anders te lijf, zij verstarren de structuur van de microtubuli. Dit zijn buisvormige structuren in de cel die zich voortdurend aanpassen aan hun functie. Tijdens de celdeling vormen deze microtubuli spoeldraden waarlangs het erfelijk materiaal zich verdeelt over de beide dochtercellen die zijn ontstaan na de deling. Door toedoen van antimitotische middelen loopt dit proces vast en gaat de cel dood. Ook in niet-delende cellen hebben deze middelen invloed: daar verstoren ze de beweeglijkheid en waarschijnlijk ook de transportfuncties. Voorbeelden van medicijnen uit deze groep zijn vinorelbine (Navelbine®) en de taxanen docetaxel (Taxotere®) en paclitaxel (Taxol®). Deze middelen worden per infuus toegediend. 
  • Antitumor antibiotica : Deze stoffen worden geproduceerd door micro-organismen. Door verbindingen aan te gaan met het DNA remmen ze de aanmaak van DNA en RNA in de cel waardoor de cel niet meer kan delen en afsterft. Voorbeelden van medicijnen uit deze groep zijn doxorubicine (Adriamycine®) en epirubicine, ook wel anthracyclines genoemd. Doxorubicine is al in gebruik sinds de jaren zestig. Sinds een aantal jaren is doxorubicine ook verkrijgbaar in liposomale vormen, waarbij de actieve stof is ingekapseld in microscopisch kleine vetbolletjes. Voorbeelden hiervan zijn Myocet® en Caelyx®. Deze middelen worden per infuus toegediend.

Combinaties die veelvuldig worden toegepast bij borstkanker zijn :

AC = doxorubicine + cyclofosfamide
FAC = 5- fluorouracil + doxorubicine + cyclofosfamide
FEC = 5- fluorouracil + epirubicine + cyclofosfamide
TAC = taxane + doxorubicine + cyclofosfamide
CMF = cyclofosfamide + methotrexaat + 5-fluorouracil

Toen de antimitotische cytostatica zoals de taxanen in het begin van de negentiger jaren beschikbaar kwamen, werden zij alleen toegepast bij patiënten voor wie geen andere behandelingsmogelijkheden meer bestonden. In die tijd was het gebruikelijk eerst CMF te geven, gevolgd door een doxorubicine-bevattende chemotherapie. Daarna was er in feite geen effectieve behandeling meer voorhanden. In die situatie bleek het soms mogelijk de ziekte opnieuw terug te dringen met bijvoorbeeld taxanen zoals docetaxel en paclitaxel. Door onderzoek in de afgelopen jaren werd aangetoond dat deze middelen ook in eerdere fasen (adjuvant en neoadjuvant) van de behandeling met succes inzetbaar zijn.

BIJWERKINGEN

 

Wat veroorzaakt bijwerkingen?

 

Omdat kankercellen snel groeien en zich snel delen, hebben anti-kankermedicijnen vooral effect op snelgroeiende cellen. Er zijn echter ook bepaalde normale, gezonde cellen die de eigenschap hebben snel te groeien en zich snel te delen. Doordat ze deze eigenschap hebben, lijden vooral deze snelgroeiende gezonde cellen onder de effecten van cytostatica.

Het gaat om de volgende cellen:

  • bloedcellen, gevormd in het beenmerg;
  • cellen in het spijsverteringssysteem;
  • cellen in het voortplantingssysteem;
  • cellen van de slijmvliezen;
  • haarcellen.

Cytostatica kunnen ook cellen beschadigen van het hart, de nieren, blaas, longen en het zenuwstelstel.

De meest voorkomende bijwerkingen van chemotherapie zijn misselijkheid (nausea) en braken, haarverlies en vermoeidheid.
Andere veel voorkomende bijwerkingen - die het gevolg zijn van de effecten van chemotherapie op het bloed - zijn verhoogde kans op bloedingen, een verhoogde vatbaarheid voor infecties en bloedarmoede (anemie).

Hoe lang duren de bijwerkingen?

Normale, gezonde cellen herstellen zich meestal snel als de chemotherapiebehandeling is afgelopen. Met het herstel van de normale cellen verdwijnen ook de bijwerkingen.
De noodzakelijke hersteltijd varieert van patiënt tot patiënt en hangt ook af van bijvoorbeeld de algemene gezondheidstoestand van de patiënt en de medicijnen die werden toegediend.

Sommige bijwerkingen kunnen maanden of jaren blijven aanslepen voor ze volledig verdwijnen. In zeldzame gevallen blijven de bijwerkingen levenslang duren, zoals in de gevallen waar chemotherapie permanente schade heeft toegebracht aan het hart, longen, nieren of voortplantingsorganen. Sommige soorten chemotherapie kunnen jaren na het beëindigen van de behandeling nog bijwerkingen geven. Ze kunnen bijvoorbeeld verantwoordelijk zijn voor het ontstaan van een nieuwe kanker elders in het lichaam.

Heel belangrijk is evenwel dat de overgrote meerderheid van de behandelde patiënten geen lange termijn-gevolgen van de chemotherapiebehandeling ondervindt.

Het is eveneens van groot belang te beseffen dat chemotherapie, ondanks de bijwerkingen, een krachtig wapen is in de strijd tegen kanker en de voordelen ervan opwegen tegen de nadelen.


  Dexamethason is sinds 1958 internationaal op de markt. Het is op recept verkrijgbaar in tabletten, capsules en injecties, onder de merknaam Oradexon en als het merkloze Dexamethason.

 Dexamethason behoort tot de groep geneesmiddelen die bijnierschorshormoon, ook wel corticosteroïd worden genoemd. Natuurlijke bijnierschorshormonen remmen ontstekingen en overgevoeligheidsreacties en zijn nodig voor het vrijmaken en opslaan van energie, mineralen en zouten.

Dexamethason wordt toegepast bij zeer veel aandoeningen, waarbij ontstekingsverschijnselen een rol spelen, zoals astma, COPD, reuma, multiple sclerose (MS), lupus erythematodes (LE), bepaalde bloedziekten, de darmziekten colitis ulcerosa en de ziekte van Crohn, en allergische reacties.

Verder werkt het tegen sommige vormen van kanker en tegen de ernstige misselijkheid die kan ontstaan bij chemotherapie.

Onderdeel van een behandeling tegen kanker
In dit geval is er meestal sprake van een dosering dexamethason van 2 tot 16 mg per dag, in een combinatie met andere medicijnen tegen kanker. U slikt de combinatie dan gedurende enkele dagen, bijvoorbeeld vijf. Enkele weken daarna start u opnieuw met een periode van enkele dagen slikken. Op deze manier wordt dexamethason vaak toegepast bij verschillende soorten kanker, zoals lymfeklierkanker, leukemie, een hersentumor, borstkanker en de ziekte van Kahler